Mei – Juni 2026 – Indonesië

De tocht naar Biak verliep in eerste instantie voorspoedig. De wind blies de boot voldoende voorwaarts.
Al enige tijd hebben we te maken met boomstammen die overal in zee drijven. Af en toe raken we er een maar tot nu toe zonder gevolgen. Maar op de hoogte van de monding van de Sungai Mamberramo rivier, zo’n 20 mijl uit de kust, kwamen we in een compleet bos terecht. We hadden het niet aan zien komen en raakten er bijna in verdwaald. Toen we er doorheen waren bleef nog enige tijd een flinke boomstam onder de boot geklemd. Gelukkig raakten we er langzaam van bevrijd en bleek het geen schade te hebben veroorzaakt. Dit had anders kunnen zijn wanneer we de motor hadden aangehad. De schroef zou er zeker schade van ondervonden hebben.
De wind viel weg waardoor we de overige 170 mijlen vrijwel op de motor hebben moeten afleggen, met een heel matige snelheid vanwege de boomstammen.
Na een tussenstop op Palau Nusi (palau betekent eiland) kwamen we in Biak aan.

Palau Nusi

We zijn in een andere wereld aangekomen, het contrast met de Solomons en Papua Nieuw Guinea is groot, we zijn weer terug in de 21e eeuw.
Tot 1962 was dit gebied (west Papua) onder Nederlands gezag. In het straatbeeld is hiervan niets te zien.
We kwamen in contact met een 80 jarige dame die in Biak tot 1962 de mulo heeft gedaan en nog steeds heel goed Nederlands spreekt. We hebben haar aan boord uitgenodigd.

We hebben onze plannen gewijzigd. In plaats van in Sorong laten we hier in Biak de boot aan een meerboei achter. Dit scheelt 300 mijlen varen en 350 euro per maand aan havengeld. We liggen hier vlak voor een duikresort, de boot wordt 24 uur per dag in de gaten houdt.
Doordat we de boot hier achter laten komen we eerder naar Nederland. De tickets zijn geboekt. Eerst vliegen we naar Jakarta, blijven daar 3 dagen en hopen 6 juni op Schiphol te landen.

De Dina Helena zal hier ruim 3 maanden op ons moeten wachten.

Een heel bijzonder jaar hebben we achter de rug, hebben er geen spijt van dat we voor deze door niet veel zeilers bevaren route gekozen hebben. Zoveel ongelofelijk lieve vriendelijke mensen ontmoet!

Het was een jaar van veel dure investeringen in de boot: nieuwe watermaker, nieuwe generator, verstaging vervangen, stuurinrichting uit Italië laten komen, en het keukenblad vernieuwd, maar dankzij het feit dat we de laatste zes maanden haast geen geld hebben kunnen uitgeven en ik sinds half september gratis geld van de overheid (AOW) ontvang, zijn onze spaartegoeden niet gekrompen.

We zien uit naar Nederland, naar de kinderen, kleinkinderen en onze vrienden.
Pas eind september willen we naar de boot terugkeren.

We zijn inmiddels in Jakarta aangekomen, hieronder enige impresseies:

De Nederlandse aanwezigheid tot 1948 is vooral in de wijk Kota overal te zien.
Ook werden we regelmatig in verstaanbaar Nederlands gesproken aangesproken. men had het geleerd van de grootouders.

“Kaasstengels, poffertjes en bitterballen” zijn we ook tegengekomen

Een workshop en poppentheater
We hebben ons door een gids laten rondleiden. Hier geeft hij een show met een Wajang pop

De haven waar in vroeger tijden de specerijen in de Nederlandse schepen werden geladen
De toren waar vanuit de haven in de gaten werd gehouden
De Julianabrug
Onze tuktuk strandde in een golf van scooters.

7 reacties

  1. Vandaag landen jullie in Nederland. Fijne tijd hier met de familie.
    Was weer fijn om de verhalen te lezen.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *